Wat leren wij nu van dit alles? Toespraak Kristallnacht herdenking Tineke Lodders

Tineke-Lodders-foto1

Tineke Lodders

Kristallnacht herdenking Amsterdam 9-11-2013
Tineke Lodders

Wat leren wij nu van dit alles?

Het is vandaag 75 jaar geleden dat zich in Duitsland een verschrikkelijk fenomeen afspeelde. Kristallnacht is de naam, en die is in natuurlijk veel te mooi voor woorden.

 

Hitler was sinds 1933 aan de macht. Het werd somber in Duitsland: Joden mochten al niet meer naar musea, naar zwembaden en naar andere publieke gelegenheden, en het economisch leven werd hen zo moeilijk mogelijk gemaakt. Toen raakte een 17-jarige Joodse jongen , die in Parijs woonde, zo opgewonden van een kaart van zijn zusje die beschreef hoe zij met haar familie in een niemandsland tussen Polen en Duitsland was terechtgekomen waar niemand zich iets van hen aantrok en zij in erbarmelijke omstandigheden moesten leven, dat hij op 7 november 1938 een moord pleegde en de Duitse ambassadeur in Parijs ombracht. Dit feit kwam ter ore van Goebbels, die al veel langer zon op maatregelen om de Joden een stevige hak te zetten. Hij besloot dat het héle Jodendom verantwoordelijk moest worden gehouden voor de moord op Vom Rath en gaf opdracht tot een pogrom. Zo brak op de avond van 9 november 1938 in heel Duitsland een storm los die zijn weerga niet kende. Huizen, winkels, bedrijven, synagogen werden vernield, en de brandweer mocht niet ingrijpen behalve om het overslaan van de brand naar niet-joodse huizen te voorkomen. Vele Joden werden gedood of gewond, en tienduizenden naar concentratiekampen overgebracht. Velen vluchtten naar het buitenland.

 

Waarom die naam, Kristallnacht? Omdat de Duitsers toch maar liever niet de geschiedenis in gingen als de aanzetters van een rasechte pogrom en daarom kozen voor een wat liefelijker naam: er werden, zo zou men denken, voornamelijk wat ruiten ingegooid. Dat werkte in ieder geval in Nederland, onze minister-president ging er van uit dat het uiteindelijk wel meeviel met die Kristallnacht! Het leek een incident.
Maar in werkelijkheid ging het om de aanzet naar de shoa, de totale vernietiging van in het bijzonder de Joden. Je kunt ook zeggen: de holocaust, waarbij 6 miljoen Joden het leven lieten, èn honderdduizenden homoseksuelen , èn Roma en Sinti; zigeuners aan wie evenmin geen licht in de ogen werd gegund.

 

Het is nu inmiddels 75 jaar na dato. Misschien tijd om hier eens een punt achter te zetten, aan die herdenkingen? We hebben inmiddels wel weer andere zorgen aan ons hoofd, en geen kleine!
Maar dàt is nu juist waar het om gáát!

 

In haar boek : “Een kleine stad bij Auschwitz” beschrijft de auteur , de Britse historica Mary Fulbrook de gebeurtenissen rond de Landrat Udo Klausa.
Zij wil , onder andere, een lacune vullen in de literatuur rond de Tweede Wereldoorlog, namelijk die rond het daderschap. Je had grofweg twee soorten daders: aan de ene kant Hitler en zijn ideologisch bevlogen functionarissen , en aan de andere kant de vaak laagopgeleide eenvoudige jongens die met name in Oost-Europa als politiemannen en kampbeulen fungeerden en het duivelse denkwerk tot uitvoering brachten. Maar daartussen bevond zich een derde soort: de consciëntieuze nazi’s uit het lager-en middenkader, die na de oorlog probeerden weg te komen als omstanders wie geen schuld trof, maar zonder wie het hele drama van de holocaust niet mogelijk was geweest. Tot deze faciliterende groep , die onderbelicht bleef in de literatuur hoorde de hoofdpersoon van “ Een kleine stad bij Auschwitz”. Mary Fulbrook toont aan dat ondanks zijn nagelaten memoires, waarin maar mondjesmaat over de maatregelen die voorafgingen aan de massadeportaties naar Auschwitz werd geschreven, deze Landrat, die functioneerde onder de Gauleiter maar boven de burgemeester wel dégelijk geweten moet hebben van wat er in Auschwitz gebeurde. Alleen al de geur van de gaskamers van het vernietigingskamp wanneer de wind de verkeerde kant op stond liet weinig over aan de verbeelding.

 

Het bijzondere aan dit boek is het feit dat Fulbrook hier schrijft over de man van haar peettante, een vriendin van haar moeder. Zij zag hem altijd als een familievriend, die na de oorlog in Duitsland een ambtelijke carrière maakte . Tot zij stuitte op een zin in één van de brieven die haar tante schreef tijdens de tweede Wereldoorlog : “ Vandaag zijn 15000 Joden de stad uitgevoerd voor herhuisvesting. Het was zo vreselijk allemaal dat ik ook wel had willen vertrekken…”. Haar historische voelsprieten raakten meteen gestimuleerd, en het getal was wel heel nauwkeurig. Waar lag dat stadje waar haar tante had gewoond? Ze ging dus op zoek en kwam op het spoor van haar hoofdpersoon, in die kleine stad bij Auschwitz. Zoals gezegd: een helemaal niet onvriendelijke man! En dat zal wel gegolden hebben voor meer mensen uit Duitsland. Maar:
“ Door te laten zien hoe ondanks een maximum aan kennis het verzet van de omstanders minimaal bleef en de hele Joodse bevolking in het gebied rond Auschwitz kon worden uitgeroeid ….. toont Fulbrook aan dat onder de moeilijkst denkbare omstandigheden moed en medemenselijkheid het maar zelden winnen van angst en eigenbelang” (NRC okt.2013).

 

Ook Jaap de Hoop Scheffer zei dat in zijn lezing in mei getiteld “ Vrijheid is meer dan een bericht” , waarin hij met bericht refereert aan de maximaal 140 lettertekens die een Twitterbericht mag bevatten: “de hang naar vrijheid en het daartoe nemen van persoonlijke risico’s weerspiegelt een geesteshouding die veel verder strekt dan het zenden van de inmiddels beroemde 140 tekens”.

 

Wat leren wij nu van dit alles?
Zijn wij nu, 75 jaar later, zoveel beter?
Of: zijn wij er zoveel beter aan toe? Wie de berichtgeving in kranten en op tv tot zich laat doordringen moet een andere conclusie toelaten. Ik noem maar een paar voorbeelden:
-De raad van Europa uit kritiek op ons land als het gaat om racisme , maar de nationale ombudsman die hier een waarschuwing aan verbindt wordt weggezet als een betweter;
-In Den Haag bedreigen neo-nazi’s met een Gouden Dageraadsembleem vóór zich ( ook al zo’n mooie naam!) een donkere vrouw die demonstreert en maar ternauwernood door politieagenten kan worden ontzet;
-Buiten Nederland: vluchtelingen in Eritrea worden aan de grens doodgeschoten, of in ieder geval: beschoten, en volgens de VN-rapporteur is dat staand beleid van de regering;
-Over Lampedusa hoef ik het niet te hebben, iedereen weet wat er in die regio gebeurt.

 

Terug naar eigen land. In Den Haag kennen we het monument buiten het Binnenhof, aan de Hofplaats, met de tekst van art. 1 Grondwet:
“Allen die zich in Nederland bevinden , worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras , geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan”.
Het is vervuild en verbleekt, je kunt de tekst nauwelijks lezen.

 

De stichting één land één samenleving heeft recent geprobeerd het monument schoon te poetsen. Er kwam tijdens die werkzaamheden nauwelijks iemand kijken, laat staan dat er sprake was van persaandacht, op een enkeling na van een bevriende organisatie. Achteraf gezien hadden we het veel grootschaliger moeten aanpakken, de letters moeten overplakken met goudpapier. Misschien waren we dan wel opgepakt, en dàt had dan weer wel persaandacht opgeleverd. Dan waren wij duidelijk geweest! Het ging natuurlijk niet zozeer om een poetsbeurt als wel om een figuurlijke schoonmaakactie- wat doen wij eigenlijk met artikel 1 van de Grondwet? Leven wij wel volgens die regels, kennen we het wel?
Houden onze politici ons dit voor als een uiterst belangrijk rechtsbeginsel zonder welk uiteindelijk geen democratie stand houdt?

 

Of in de woorden van oud-minister Hirsch Ballin: “ het verbond van vrijheid heeft eigenlijk een eenvoudige strekking: ieder mens is gelijk in waardigheid, en het samenleven berust op de aanvaarding van elkaar als mens, ongeacht herkomst, geloof of seksuele identiteit. Maar hoe eenvoudig dit fundamentele recht, dit gebod ook is, de realisering ervan vergt moed, waakzaamheid en een rotsvaste wil”.

Ik dank u voor uw aandacht.