Mohamed Rabbae: Strijd voor rechtvaardigheid

Mohamed Rabbae

Bas de Gaay Fortman

Op initiatief van René Damen, voorzitter van Nederland Bekent Kleur, werd eind vorig jaar bij LetterRijn onder bovenstaande titel een vriendenboek voor Mohammed Rabbae gepubliceerd (€ 14,50). Het opent met een ontroerende boodschap van Liesbeth Schreuder, zijn echtgenote:

Bij een boek waarin anderen vertellen over de werkzaamheden van Mohamed Rabbae zal de lezer zich afvragen waar hij zelf is. In december 2014 is hij getroffen door een zware hersenbloeding waardoor in één klap al zijn activiteiten verleden tijd zijn geworden. Hij kan niet meer lopen, niet meer lezen, schrijven en herinneren. Ondanks deze zware handicaps is Mohamed zichzelf gebleven. Hij is voorkomend voor iedereen, luistert net zo aandachtig naar anderen als vroeger en heeft zijn gevoel voor humor behouden. Wonder boven wonder spreekt hij nog steeds vloeiend Marokkaans, Frans en Nederlands en schakelt hij moeiteloos tussen deze talen. Wij zullen hem dit boek voorlezen en hij zal het herkennen.

De tien hoofdstukken schetsen een prachtig beeld van Mohamed en het vele wat hij op maatschappelijk en politiek terrein voor Nederland heeft betekend. Hieronder begin en einde van mijn eigen bijdrage getiteld Eén Land één Samenleving Positief initiatief van oud-politieke leiders en daartussen enige paragrafen die de missie van deze beweging verduidelijken.

Inburgering

Wie per cursus en een daarop gebaseerd examen is ingeburgerd, weet dat bij Pasen niet ijs hoort maar eieren. Niet te geloven, de inhoud van die cursussen en examens waarmee dit land aspirant-medeburgers op de eigen minicultuur trakteert. Van initiatieven zoals het door Mohamed Rabbae medeopgerichte Eén land één samenleving valt bij die hele inburgering niets te merken. Van een normatief burgerschap merkt de kandidaat Nederlander alleen nog iets op het allersimpelste niveau van omgang met de medemens.

Rabbae was niet de enige op en rondom het Binnenhof die door de snelle opkomst van Wilders was geschokt. Met oud-VVD-voorman Dijkstal nam hij het initiatief tot een manifest dat na enig beraad de naam kreeg Eén land één samenleving (ELES). Deze beweging is bedoeld om positief tegenwicht te bieden aan al wat in ons proces van natievorming verdeeldheid zaait. Naast het tweetal initiatiefnemers werden ook Jos van Kemenade (PvdA), Tineke Lodders-Elfferich (CDA), Jan Terlouw (D66), Kars Veling (ChristenUnie), Anja Meulenbelt (SP) en Rinus Penninx van het Instituut voor Migratie en Ethische Studies aan de Universiteit van Amsterdam medeoprichters. Zelf deed ik mee vanuit GroenLinks.

De website opent zo:

Eén land één samenleving richt zich op een Nederlandse samenleving, die kracht put uit de aanwezigheid van mensen met diverse culturele en etnische achtergronden …

Samen leven en samen werken vraagt ruimte en begrip voor elkaars achtergrond en waardering voor eenieders toegevoegde waarde. Die houding is gebaseerd op de beginselen van onze Nederlandse rechtsorde: gelijkwaardigheid, wederzijds respect en de grondrechten. Alleen zo wordt Nederland sterker. De verscheidenheid in onze maatschappij is een feit. Alleen door daarvoor open te staan wordt Nederland sterker.

In tien jaar tijd is dit initiatief uitgegroeid tot een beweging die zich profileert met een positieve opstelling in het nieuwe Nederland en door inzet voor medeburgerschap, mensen van velerlei etnische achtergrond daadwerkelijk wil verbinden. In deze bijdrage aan een boek voor en over Mohamed Rabbae staat Eén land één samenleving centraal.

Een krachtig manifest

Op 4 april 2006 verscheen het Manifest voor een verdraagzame samenleving waartoe Hans Dijkstal en Mohamed Rabbae het initiatief hadden genomen. In korte tijd kreeg het duizenden handtekeningen. Daar komen er trouwens nog steeds bij. ‘Pleitbezorgers’ werden ook buiten de politiek gevonden, met name in de sfeer van kunst en cultuur. De website sluit aan op de voluit geschreven naam.

Allen dezelfde grondrechten

‘Alle mensen’ en ‘gelijk’ vormt dus de basis van het maatschappelijk samenleven. In hun onderlinge verbondenheid vinden we die beide kernwaarden van artikel 1 van de Grondwet. ook in het eerste artikel van de Mensenrechtenverklaring van de Verenigde Naties: ‘Alle mensen worden vrij geboren en gelijk in waardigheid en rechten’ (art. 1). Waar het op aankomt, is natuurlijk dat zo’n credo van rechtvaardig samenleven wordt waargemaakt: elk mens moet van dag tot dag gelijkwaardig en met dezelfde fundamentele rechten kunnen léven. Vandaar dat het in artikel 2 verder gaat met een verbod op het maken van onderscheid. Dát mag dus niet, naar ras noch geslacht, naar godsdienst noch politieke overtuiging. Dit wereldwijde ‘non-discriminatiebeginsel’ komt voort uit het ‘Nooit meer!’ na de volkerenmoord en misdaden tegen de menselijkheid die werden begaan vanuit de rassenstaat van de Nazi’s.

Bij de grondwet van 1815 werd het Koninkrijk der Nederlanden uitgeroepen. In artikel 4 vinden we dan de basis voor het gelijke behandelingsbeginsel in het huidige Artikel 1, plus uitdrukkelijke vermelding van de vreemdelingen:

Allen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, hetzij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen.

Bij de ingrijpende grondwetsherziening van 1983 is dit artikel op Nr. 1 gekomen - met de vreemdelingen impliciet - en het discriminatieverbod toegevoegd. Een reële zorg vandaag betreft het gemak waarmee politici en hun partijgangers het Nederlands democratisch erfgoed en de fundamenten van de rechtsstaat negeren. Naast het verbod van last, genegeerd in de pressie op twee bezwaarden binnen de CDA-fractie tijdens de kabinetsformatie met gedoogpartner PVV van 2010, geldt dit met name het gebod tot gelijke behandeling en het verbod van discriminatie. Duidelijk werd al dat die veel meer vergen dan alleen uitvoeringswetgeving en een instituut zoals het College voor de Rechten van de Mens waartoe slachtoffers van ongelijke behandeling en discriminatie zich kunnen wenden. Achter uitingen van racisme en andere daden van discriminatie liggen alle bekende vooroordelen. Het is dus niet alleen een kwestie van wetgeving en rechtspraak, maar ook van mentaliteit. Die betreft volksvertegenwoordigers maar natuurlijk ook de burgers zelf, op elk maatschappelijk terrein.

Verbinden, daarop komt het aan en daartoe werd Eén land één samenleving opgericht. De beide initiatiefnemers kunnen wellicht niet beter geëerd worden dan met de tekst van Thé Lau, zo mooi bezongen door onder meer Typhoon:

Iedereen is van de wereld. … en de wereld is van iedereen.

Dát is de nieuwe Nederlandse geloofsbelijdenis en voor zijn vrienden en collega’s van Eén land één samenleving een hymne aan Mohamed Rabbae!

  1. Bas de Gaay Fortman  (1937 ) is de auteur van Moreel Erfgoed (2016), ‘een sprankelend boek’ (Elsevier) dat verhaalt over al wat Nederland zich in de loop van eeuwen aan publieke moraal heeft verworven. Van 1971-1991 was hij lid van de Staten-Generaal. Hij is Vicevoorzitter van Eén land één samenleving